Als u met pensioen gaat, krijgt u meestal geen salaris meer, terwijl u nog steeds uitgaven hebt. U hebt dus ook na uw pensioneren een inkomen nodig. Dit noemen we ‘pensioen’. Dit pensioen bestaat uit drie pijlers:  

1. AOW-uitkering van de overheid

Vanuit de overheid krijgt u een basispensioen. Dit is de AOW-uitkering. U krijgt de AOW-uitkering vanaf uw AOW-leeftijd. De AOW-uitkering stopt als u overlijdt. De hoogte van de AOW-uitkering is afhankelijk van uw burgerlijke staat. Als u samenwoont, krijgt u een lagere AOW-uitkering dan als u alleen woont. Ook kan het zijn dat u een lagere AOW-uitkering krijgt, omdat u een aantal jaren in het buitenland hebt gewoond of gewerkt.

2. Pensioen via uw werkgever

Daarnaast bouwt u ook pensioen op via uw werkgever. Vanaf 1 januari 2020 bent u in dienst bij Nationale Nederlanden en bouwt u pensioen op bij NN CDC Pensioenfonds. Tot 1 januari 2020 bouwde u pensioen op bij Delta Lloyd Pensioenfonds. Op deze website vindt u informatie over het pensioen dat u heeft opgebouwd bij Delta Lloyd Pensioenfonds.

3. Zelf extra pensioen opbouwen

Misschien is het pensioen dat u later krijgt, niet voldoende. U kunt twee dingen doen: uw uitgaven na pensioneren verlagen of het tekort zelf aanvullen. Wilt u extra pensioen regelen? Dan moet u zelf actie ondernemen. Financiële partijen bieden verschillende mogelijkheden aan om te sparen voor uw oude dag. Afhankelijk van uw situatie krijgt u misschien zelfs een belastingvoordeel. Zo’n product is bijvoorbeeld banksparen of een lijfrenteverzekering. Wilt u weten wat de mogelijkheden zijn? Neem dan contact op met uw financieel adviseur.